Thema's | Opleiding
Individualisering

​Opleidingsakkoord

In oktober 2013 hebben de Federatie Medisch Specialisten (voorheen OMS), NFU, NVZ, STZ, GGZ- Nederland, DJO/LVAG (nu De Jonge Specialist) en het CGS een opleidingsakkoord gesloten met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Met dit akkoord werd een alternatief gevonden voor de door VWS voorgestelde bezuinigingen op de medisch specialistische vervolgopleidingen. Een onderdeel van dit akkoord is een geïndividualiseerde versnelling van de opleidingsduur: gemiddeld 4,8 maanden voor alle aios in 2022 of omgerekend gemiddeld zes maanden voor 80% van de aios. Hiermee bezuinigt VWS op termijn 7,7% op de beschikbaarheidsbijdrage voor aios. ​


Versnelling

De versnelling wordt op drie verschillende manieren gerealiseerd: 

1. door een betere afstemming van het derde masterjaar op de vervolgopleiding mag de opleider besluiten om de aios een halfjaar verkorting te geven op de vervolgopleiding (het zogenoemde Dedicated Schakeljaar);
2. door het toekennen van vrijstelling op basis van relevante ervaring opgedaan voorafgaand aan de opleiding. Daarbij kan gedacht worden aan een voltooide promotie in een voor de vervolgopleiding relevant vakgebied, het werken als ANIOS in een voor de vervolgopleiding relevant vakgebied en/of een eerder aios-schap. Maar er kan ook vrijstelling verleend worden op basis van ervaring die is opgedaan in een niet als opleidingsinstelling erkende setting;
3. door versnelde competentie verwerving tijdens de opleiding.


Individualisering opleidingsduur

Om deze verkorting in de praktijk te faciliteren, is onder andere het project Individualisering Opleidingsduur (RIO) gestart. Via dit project wordt onderzocht hoe de opleiding tot medisch specialist op individuele basis kan worden versneld. Ook het informeren van de diverse betrokkenen en het ondersteunen van de implementatie in de dagelijkse praktijk behoren tot de doelstellingen van het project. De uitvoering van het project Individualisering Opleidingsduur is in handen van de Federatie Medisch Specialisten (FMS). De Jonge Specialist is nauw betrokken bij RIO door zitting te nemen in zowel de landelijke stuur- als projectgroep.

Ten slotte wordt de bezuiniging gerealiseerd door reductie van het aantal opleidingsplaatsen. Vanaf 2015 worden er elk jaar minder opleidingsplaatsen toegewezen. 


Actueel 

Inmiddels krijgt de individualisering van de opleiding vorm en is deze voor aios steeds zichtbaarder op de werkvloer. Ten aanzien van de gemiddelde versnelling ligt men op schema, kijkend naar de laatste uitstroomcijfers van het RGS (nu 2 jaar op rij een gemiddelde verkorting van 2,2 maanden). Het project RIO levert resultaten op. De verwachting is dat het eerste ijkpunt (gemiddeld 3 maanden verkorting in 2018) wordt gehaald.

 

Een van de deelprojecten binnen RIO is de “bedrijfsvoering”. Binnen dit deelproject is onder meer gekeken naar de effecten van individualisering van de opleiding op de kostprijs van opleiden. In samenspraak met organisatie adviesbureau Berenschot is een kostprijsmodel ontwikkeld. De kostprijs wordt bepaald door het verschil in vaste en variabele kosten enerzijds, en (variabele) opbrengsten door de aios anderzijds. Het “RIO-Kostprijsmodel verkorting opleidingen” laat zien dat door de verkorting van de opleiding de kostprijs van het opleiden stijgt en er een financieel effect is, variërend van ± 8 tot 18% van de beschikbaarheidsbijdrage (terwijl VWS uiteindelijk 7,7% bezuinigt op de beschikbaarheidsbijdrage). Het financiële effect wordt door het model verklaard door een relatieve stijging van de vaste kosten per aios (op niet-patiëntgebonden activiteiten wordt namelijk beperkt tot niet gekort), maar ook door een afname van de variabele opbrengsten: een aios met een kortere opleidingsduur levert immers minder productie op.

Om de financiële effecten te verminderen, zijn verschillende scenario’s bedacht. Zo kunnen kosten worden verlaagd door regionalisering van de ondersteuning en het herinrichten van het opleidings- en zorgproces om een efficiëntieslag te maken. Daarnaast kunnen opbrengsten worden verhoogd door bijvoorbeeld supervisiestages en een dynamische (inhoudsgerichte) verdeling van de opleidingstijd tussen academie en periferie.


Wat vindt De Jonge Specialist?

Het afstappen van de algemene verkorting zou voor veel aios een wenselijk resultaat zijn. Wel wil De Jonge Specialist vasthouden aan de ingeslagen weg van het geïndividualiseerd, competentiegericht opleiden, maar zonder de veelal verplichte generieke korting. We vinden dan ook dat het voorstel de generieke korting als zodanig te stoppen, moet worden voorgelegd aan de minister van VWS. 

Echter, DJS zet vraagtekens bij het kostprijsmodel. Al in 2012 hebben de toenmalige De Jonge Orde en LVAG hun commentaar gegeven op het rapport Berenschot: er is alleen onderzoek gedaan in STZ-ziekenhuizen en naar ondersteunende disciplines als radiologie is maar beperkt gekeken. Maar bovenal is er geen verschil gemaakt in kosten versus opbrengsten naar opleidingsjaar. Het is denkbaar dat een korting in de eerste twee jaar van een opleiding een ander (waarschijnlijk minder groot) financieel effect heeft dan een korting in het laatste jaar van de opleiding, waarin de aios grotendeels op medisch specialist niveau functioneert. De Jonge Specialist vindt dat dit beter uitgezocht moet worden, om consequenties gebaseerd op mogelijk incomplete gegevens te voorkomen.

Daarnaast is de vraag wat de respons van de ziekenhuizen zal zijn als de verkorting toch wordt doorgezet; zij draaien namelijk op voor de (extra) kosten. Bezuinigen in het kader van opleidingsfaciliteiten liggen dan op de loer, en dat terwijl de opleiding met de bezuinigingsdoelstelling al onder druk staat. In 2017 zullen de verschillende ziekenhuizen de consequenties van het verlaagde aantal opleidingsplakken reeds merken.

De Jonge Specialist vindt en zal toezien dat de consequenties van de bedrijfsvoering niet ten koste gaan van de medische specialistische vervolgopleiding en de gelden die hiermee gepaard gaan. Opleiden is een kostbaar goed; het blijft een essentiële investering voor de - kwalitatief hoogstaande - medisch specialistische zorg in de toekomst!​


Het vervolg

Het project RIO loopt in 2016 af. Aangezien de individualisering zeker nog niet voldoende is ingeburgerd en er voor de bedrijfsvoering nieuwe uitdagingen zijn, wordt momenteel het voorstel uitgewerkt voor een vervolgproject: Taakgericht Omdenken voor Kosteneffectieve Individualisering Opleidingsduur (TOKIO). In dit project worden de relevante spelers in het behalen van de afspraken in het Opleidingsakkoord ondersteund. De looptijd is drie jaar (2017, 2018 en 2019), waarmee projectresultaten en de bezuinigingsopdracht voor 2018 en 2019 samenvallen. Er zijn twee deelprojecten met concrete activiteiten en verschillende doelgroepen die betrokken moeten zijn. Een is de implementatie en evaluatie opleidingsplannen en bekwaam verklaren; het andere deelproject richt zich op een gezonde bedrijfsvoering.